Contact

Adres

Basisschool Jan Ligthart

Anemoon 26

7621 AZ Borne

 

Telefoon
074-2662286

 

E-mail:


mailadres


zorgpraatjes1

 

 

 

Zorgpraatje

 

december 2009, nr. 1
 
 

“Zorgen voor de kinderen doen we samen”

 

 

De zorgteams van de drie BSV scholen, bestaande uit intern begeleiders en remedial teachers, hebben afgelopen jaar meer overleg en samenwerking gezocht om de zorg (voor alle BSV leerlingen ) te optimaliseren. Dit overleg heeft o.a. geresulteerd in het uitbrengen van een informatieblad voor ouders (3x per jaar).

 

De Hooiberg    
Henry Beeks RT-er en IB-er maandag t/m donderdag
Judith Dokter RT-er en IB-er  
     
Jan Ligthart    
Joke Schaefer IB-er dinsdag t/m vrijdagochtend
Anet Broekhuis IB-er woensdag (gedragsproblematiek)
Gonny Hopman RT-er dinsdagochtend, woensdag, donderdag
     
Prof. Casimir    
Sabine van Puijenbroek IB-er woensdag t/m vrijdag
Anita Burema RT-er donderdag

 

 

Lezen…er gaat een wereld voor je open!:     

              

OUDERS EN LEZEN

De leesontwikkeling van een kind begint al snel na de geboorte. Door de interactie tussen kinderen en volwassenen in hun omgeving, ontwikkelt het kind taalvaardigheden, die van groot belang zijn voor het latere lezen. Zo heeft bijvoorbeeld de woordenschat die het kind verwerft een grote invloed op het latere begrijpend lezen. Als ouders al op jonge leeftijd met hun kinderen praten over geschreven taal leren zij woorden en ervaren zij dat hun ouders (voor)lezen en boeken belangrijk vinden. Steeds meer onderzoek toont aan dat een sterke betrokkenheid van de ouders bij de leesontwikkeling van hun kinderen een positieve invloed heeft op de leesprestaties.( Interesse en betrokkenheid van de ouders )

 

Tips voor ouders
Algemeen
- Thuis lezen moet leuk zijn voor uw kind. Vermijd dwang en de nadruk op goed presteren. Het gaat erom samen met uw kind op een ontspannen manier bezig te zijn.
- Blijf uw kind óók voorlezen in groep 4 en  5. Kinderen vinden voorlezen fijn én het is goed voor de ontwik­keling van de luistervaardigheid en de woorden­schat;
- Het is belangrijker voor de leesontwikkeling van uw kind dat u dagelijks - bijvoor­beeld voor het naar bed gaan - 10 minuten met hem leest, dan dat u daar één keer per week een uur aan besteedt.
- Toon belangstelling voor wat uw kind op school doet en leert. Laat uw kind bijvoorbeeld thuis nog eens voordoen welke nieuwe letters en woorden hij alweer kan lezen.
- Als u denkt dat de taal-/leesontwikkeling van uw kind niet goed verloopt, neem dan contact op met zijn groepsleerkracht.

 

Tips voor groep 1 en 2
- Lees uw kind veel voor. Let erop of uw kind begrijpt wat het hoort.
- Lees eerder voorgelezen boeken nog eens. Kinde­ren vinden dit leuk en gaan daardoor het boek of verhaal beter begrijpen.
- Laat uw kind zien dat je met lezen iets kunt doen; bijvoorbeeld door in zijn aanwezigheid een gebruiksaanwijzing, spoorboekje of een recept te lezen.
- Doe met uw kind spelletjes die goed zijn voor zijn taal-/leesontwikke­ling. Denk aan lotto's, puzzels, rijm- en raadspelletjes.
- Geef uw kind eigen schrijfspullen, zoals potlood, pennen en papier. Stimuleer het (na)schrijven van woord­jes, zoals zijn eigen naam, of de namen van broertjes en zusjes.

 

Tips voor groep 3
Op de meeste basisscholen leren kinderen in groep 3 lezen. Veel ouders willen thuis met hun kind daarop inspelen. Houd daarbij rekening met de volgorde waarin uw kind op school de letters leert.
Als uw kind moeite heeft met een bepaald woord, kunt u vragen om eerst de letters van dat woord afzonderlijk te lezen, bijvoorbeeld b - oe - k en daarna de letters 'aan elkaar te plak­ken' en het hele woord vloeiend te lezen: boek.
Er zijn in de boekhandel en de bibliotheek veel boekjes die u helpen om thuis in te haken op het leeson­derwijs in groep 3. Op de boekjes staat dikwijls vermeld ‘geschikt voor na 3 weken, 6 weken, 9 weken leesonderwijs’. Ook wordt het niveau van boekjes vaak met een AVI-niveau aange­duid. Er is nu de vernieuwde aanduiding voor het AVI lezen.

 

Tips voor groep 4 t/m 8
Vanaf groep 4 staat vooral het begrijpend en studerend lezen centraal. Begrijpend lezen is eigenlijk ‘snappen wat er staat’. Studerend lezen gaat nog verder. Daarbij is het de bedoeling dat de kinderen de informatie uit een tekst gebruiken, bijvoorbeeld voor proefwerken, spreekbeurten of werk­stuk­ken.
Het is voor het begrijpend lezen van uw kind van belang dat het, naast verhalen, ook regelmatig informatieve teksten leest, zoals tijdschriften en de krant. U kunt samen met uw kind teksten lezen over onderwerpen die uw kind interesseren. U kunt het begrip van de tekst bevorderen door vragen te stellen voor, tijdens en na het lezen.
Als een kind moeite met lezen heeft, is het belangrijk u thuis samen met het kind leest. Lezen leer je door te lezen en bovendien hebben sommige kinderen meer tijd nodig om een goede lezer te worden. Naast teksten over onderwerpen die uw kind interessant vindt, is het goed als u op school informeert welk AVI niveau uw kind heeft.
Het is belangrijk dat het lezen thuis in een ontspannen sfeer gebeurt en dat het kind complimentjes krijgt als het goed gaat. Daardoor krijgt het kind meer zelfvertrouwen.
Als het lezen heel moei­zaam gaat, kunt u samen-lezen met het kind, bijvoorbeeld door om de beurt een zin te lezen. Verder is het van belang dat u regelmatig met de leerkracht praat over de leesontwikkeling van uw kind. Als het kind te weinig vorderingen maakt bij het lezen, dan is het nodig dat de interne begeleider van de school of een leesdeskundige wordt ingeschakeld. Zo kunt thuis gericht hulp bieden om het lezen te bevorderen…., want er gaat een wereld voor je open als je kunt lezen.
N.B.

In de bibliotheek van Borne is een Gemakkelijk Lezenplein en informatiepunt voor leesproblemen op woensdagmiddag.

 

Cursus vroegtijdige signalering:

In de maand september 2009 hebben de 3 BSV scholen meegedaan aan een training “”Vroegtijdige signalering van kindermishandeling” . Dit aanbod werd gedaan vanuit de GGD.


Kinderen hebben recht op opvoeding zonder geweld. Dit recht is op verschillende plekken wettelijk vastgelegd, zoals in het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind en sinds kort ook in de Nederlandse wetgeving. De wet stelt een norm: ouders mogen in de verzorging en opvoeding van hun kind/kinderen geen geweld toepassen.


Het doel van de scholen om aan deze training mee te doen is om voor de kinderen een “veilige school”te bieden, waar men de kinderen, die aan onze zorg zijn toevertrouwd, goed kan begeleiden. Daarbij hoort dat je kindermishandeling kunt signaleren, het bespreekbaar kunt maken met de ouders en eventuele hulp van derden in kunt schakelen. Daarbij geldt dat we met respect en zonder waarde oordelen in openheid, maar vertrouwelijk met elkaar kunnen spreken.

 

We zijn ons er terdege van bewust dat kindermishandeling heftige reacties en emoties kan oproepen.

 

Juist vanuit deze gedachte hebben veel leerkrachten meegedaan om zichzelf te informeren en te bekwamen om kinderen te beschermen wanneer ze met geweld in aanraking komen.


In een aantal bijeenkomsten zijn we bezig geweest met:

  • Gespreksvoering (zeer leerzaam)
  • Opvoeding
  • Leren signaleren
  • Informatie over AMK (advies en meldpunt kindermishandeling)
  • Wat is kindermishandeling
  • Veiligheid/bescherming van kinderen
  • Sociale netwerken

 

Iedereen was zeer betrokken bij de training. Er is veel geleerd en besproken. We hebben vooral gevoeld dat kinderen een kwetsbare groep in onze samenleving is, die recht heeft op bescherming wanneer dat nodig blijkt te zijn.

 

De jongen die leerde lezen:

Er was eens een jongen die niet kon lezen en schrijven, maar hij wilde 't graag leren. Hij vond echter niemand die hem onderwijs wilde geven. Eindelijk ontmoette hij een heer die hem in dienst wilde nemen en die hem dan lezen en schrijven kon leren. De jongen nam dit met blijdschap aan.

Toen hij een half jaar bij de heer gediend had, was hij al tamelijk ver gevorderd. Toen beval de heer hem eens op te schrijven hoe men zich in allerlei dingen kan veranderen. Dat stond in een groot boek dat de heer hem gaf. De jongen keek daar vreemd van op. Maar toen hij alles had opgeschreven, leerde hij het van buiten. En toen hij alles in zijn hoofd had, kreeg hij zin om zich ook eens te veranderen.

Hij veranderde zich in een koe en ging in het weiland van een van de boeren liggen. Toen de boer de volgende ochtend in het veld kwam zag hij daar een vreemde koe. Er kwam niemand opdagen die zich als eigenaar van het dier liet gelden. Daarom ging de boer met de koe naar de markt en verkocht het dier voor een goede prijs aan een veehandelaar. Die ging met het beest aan een touw op weg naar zijn woonplaats. Maar toen ze een poos hadden gelopen werd de koe halsstarrig en rukte zo krachtig aan het touw dat het brak. De koe vluchtte een bosje in en veranderde zich daar weer in een jongen. De jongen liep de man tegemoet. Toen deze hem vroeg: "Heb je ook een koe gezien?" zei hij 'nee' en liep verder.

Maar de jongen vond deze kunst zo mooi, dat hij zich kort daarna in een paard veranderde. Het paard werd gekocht door de heer die de jongen had leren lezen en schrijven. Hij had het dier nog niet zo lang op stal staan, of de heer merkte dat het niemand anders was dan zijn voormalige leerling. De heer was hier boos om, omdat hij niet wilde dat iemand anders de kunst van het veranderen zou kennen. Hij haalde het paard uit de stal en ging ermee naar de smid om het te laten beslaan. Toen de hoefijzers eronder zaten zei de heer: "Smid, maak nu eens een groot stuk ijzer gloeiend en geef mijn paard daar een paar flinke brandmerken mee." Zo wilde hij de jongen straffen.

De smid stak een groot ijzer in het vuur, maar eer hij daarmee klaar was, veranderde de jongen zich in een haas en snelde weg, zo hard hij kon. Plotseling veranderde de heer zich nu in een hond en liep de haas achterna om hem te vangen. Maar voor hij dat kon doen veranderde de jongen zich in een vlieg. Hierop veranderde de heer zich in een zwaan en wilde zo de vlieg vangen. Maar dit lukte niet, want de vlieg vloog te snel heen en weer.

 

Boven een tuin gekomen veranderde de jongen zich in een gouden ring, die op de grond viel.

Juist op dat ogenblik wandelde daar een meisje dat de ring vond. De heer veranderde zich toen snel in een koopman. Hij wendde zich tot het meisje en vroeg of hij de ring kon kopen. "Nee," zei ze, maar toen liet ze de ring plotseling vallen. De ring veranderde snel in een gortkorrel. De koopman werd een haan, die de korrel wilde oppikken. Maar eer hij dit kon doen veranderde de korrel in een vos, die de haan de kop afbeet.

Dit was de beloning omdat de heer de jongen lezen en schrijven had geleerd.

 

Bron: "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Betoverd. Verhalen over mensen die in dieren veranderen (en omgekeerd) uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1991. ISBN: 9060697219

 

 
 

“Zorgen voor de kinderen doen we samen”